NELSON MANDELA

NELSON (ROLIHLAHLA) MANDELA werd op 18 juli 1918 geboren in het Oostkaapse dorp Qunu en stamt af van een adellijk Xhosa-geslacht. Na de dood van zijn vader verhuisd de jonge Mandela naar de koninklijke residentie Mqhekezweni, waar hij grootgebracht werd door chief Jongintaba.

Hoewel respect voor traditie en traditionele leiders een integraal onderdeel vormde van Mandela's opvoeding en hij onder meer de rituele inwijdingsceremonies van de Xhosa onderging, staakte hij zijn studie aan de (zwarte) Universiteit van Fort Hare in 1941 en reisde hij hals over kop af naar Johannesburg om te ontsnappen aan een door Jongintaba geregeld huwelijk.

Mandela ging werken als klerk bij een advocatenkantoor. In de townships kwam hij voor het eerst in aanraking met de schrijnende armoede waarin de overgrote meerderheid van de stedelijke zwarte bevolking leefde. Hier raakte hij betrokken bij het ANC.

Nadat de massademonstratie op 21 maart 1960 in Sharpeville uitliep op een bloedbad, kondigde de regering de noodtoestand aan en werd het ANC tot verboden organisatie verklaard. Vreedzaam protest tegen apartheid was toen onmogelijk geworden. Het ANC richtte een gewapende vleugel, Umkhonto we Sizwe (MK), op waar Nelson Mandela opperbevelhebber van werd. In juli 1963 werden vrijwel alle leiders gearresteerd op een schuiladres in Rivonia, ten noorden van Johannesburg.

Mandela en negen anderen moesten terecht staan op beschuldiging van sabotage-acties en pogingen om een burgeroorlog te ontketenen. Het Rivonia-proces eindigde in 1964 met vrijspraak voor twee van de tien verdachten. De anderen, waaronder Nelson Mandela, Walter Sisulu, Dennis Goldberg, Ahmed Kathrada en Govan Mbeki, werden tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Met uitzondering van Goldberg die - geheel in de geest van apartheid - zijn straf moest uitzitten in een blanke gevangenis, werden allen naar Robbeneiland overgebracht.

Door de Free Mandela Campaign was Mandela inmiddels een internationale bekendheid geworden. Het duurde twaalf jaar voordat de Zuid-Afrikaanse regering Nelson Mandela een strafkwijtschelding aanbood onder voorbehoud dat hij de onafhankelijkheid van het door Pretoria gecreëerde Xhosa-'thuisland' Transkei zou erkennen en zich daar na zijn vrijlating zou vestigen. Mandela weigerde.

Eind jaren zeventig groeide de maatschappelijke onrust in Zuid-Afrika. In juni 1976 brak in Soweto een massale scholierenopstand uit tegen het verplicht stellen van Afrikaans -die taal van apartheid- in het zwarte onderwijs. Intussen wierpen nieuwe verzetsleiders zich op. Eén van hen was Winnie Mandela.

De blanke regering, inmiddels geleid door P.W. Botha, bleef naarstig op zoek naar mogelijkheden om Nelson Mandela vrij te laten zonder zelf al teveel gezichtsverlies te lijden. Daarom kondigde Botha in een toespraak in 1985 aan Mandela vrij te laten, op voorwaarde dat hij het gebruik van geweld zou afzweren.

Weer weigerde Mandela. Ditmaal omdat het ANC in ballingschap het standpunt had dat de regering-Botha eerst zélf het gebruik van geweld moest afzweren.

Nu waren de rollen definitief omgedraaid. Nelson Mandela was alleen in naam nog een gevangene van het apartheidsbewind; hij voerde echter nadrukkelijk de regie over het inmiddels onvermijdelijk geworden proces dat uiteindelijk tot zijn vrijlating zou leiden. Dat merkte P.W. Botha die zijn aanbod keer op keer vergeefs bleef herhalen. En dat merkte ook zijn opvolger, F.W. de Klerk, die tijdens zijn beroemde persconferentie van 2 februari 1990 meedeelde dat Nelson Mandela onvoorwaardelijk in vrijheid gesteld zou worden.

Op 11 februari 1990 liep de toen 71-jarige vrijheidsvechter triomfantelijk de poort van de Victor Verster gevangenis uit. Vier jaar later zou hij de eerste democratisch gekozen president van Zuid-Afrika worden.